1De Bedwants (Cimex lectularius L)
2De Tapijtkever (Anthrenus Verbasci L.)

Uiterlijk
De bedwants heeft een ovaalvormig, sterk afgeplat en roodbruin uiterlijk. Na een bloedmaaltijd zijn ze donkerrood. Ze zijn tot 1 cm groot waarbij de mannetjes iets kleiner zijn. De nimfen van de bedwants zijn ook beduidend kleiner. Na elke vervelling (zo’n 5 keer per ‘bedwantsleven’ )komen ze er iets groter uit hun vel. De bedwants legt een langwerpig eitjes die ze tegen wanden aanplakken. Deze zijn circa 1mm lang witgeel van kleur en ze hebben iets een kromming. Een andere naam voor bedwants is: wandluis of in Amerika bedbugs.
Ontwikkeling
Bedwantsen zijn erg lichtschuw, zodat zij in het algemeen 's nachts op zoek gaan naar hun bloedmaaltijden. Zij voeden zich met het bloed van mensen, maar ook met dat van andere zoogdieren. Eenmaal in de 8 dagen hebben ze zo’n bloedmaaltijd nodig en gaan ze op zoek. Na hun bloedmaaltijden trekken zij zich weer terug naar hun schuilplaatsen. Hier komt ook de naam bedwants vandaan. Zij verstoppen zich namelijk bij voorkeur in de naden en kieren van bedden, bij metalen ledikanten in de holle delen, in zomen van beddengoed, in de ombouw van opklapbedden, maar ook achter plinten en schilderijen. Het is mogelijk de schuilplaats te vinden. Hier zijn namelijk volwassen bedwantsen, nimfen, vervellinghuidjes, eitjes en uitwerpselen aanwezig. Bij het zoeken kan een zaklantaarn,een vergrootglas en een pincet of schroevendraaier praktisch zijn. Het vrouwtje legt gemiddeld 100 a 200 eitjes. Bij optimale temperaturen kunnen dit er wel 500 zijn. En dat zo’n 2 tot 12 per dag. De optimale temperatuur is 25 graden Celsius. De ontwikkeling van ei tot volwassen insect duurt 2 maanden. Bij gunstige omstandigheden kan dat 1 maand zijn. Het insect kan ongeveer 1 jaar oud worden.
Schade
Bij een beet van de bedwants laat het diertje speeksel achter, via de zuigsnuit. Dit laat bij mensen huidirritaties na in de vorm van jeukende bultjes. Bij overgevoeligheid voor het speeksel komen er zelfs blaasjes op de huid die weer voor littekentjes zorgen en een onwel gevoel is mogelijk.
Bestrijding
Bij bestrijding van een bedwantsenplaag gaat een grondige inspectie aan vooraf. Overdag zie je ze namelijk niet, en ze kunnen werkelijk in elk kiertje of naad leven. Langs stopcontacten, plinten, lijsten van schilderijen etc. overal waar een nagel tussen kan komen kunnen zij zitten. Deze bestrijding vergt een erg systematisch werk waarbij wij van Jansen of lorkeers plaagdierbeheersing u bij kunnen helpen.
2De Tapijtkever (Anthrenus Verbasci L.)
Uiterlijk
Volwassen Tapijtkevers lijken op Lieveheersbeestjes. Ze zijn echter niet glimmen
d, maar bezitten daarentegen een mooie matte tekening, gevormd door een aantal zwarte en roodgele kleine schubben, waarmee ze bedekt zijn. Ze zijn ongeveer 2-3 mm lang. De larven zijn goudbruin behaard. Aan het achterlijf treft men enkele bosjes langere haren aan, die zetten ze overeind wanneer ze zich bedreigd voelen. De larven van de tapijtkevers bereiken een lengte van 4-5 mm.
Ontwikkeling
Tapijtkevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. D.w.z dat ze het stadium ei- larve- pop- imago (volwassen stadium) achtereenvolgens doormaken. Het ei stadium duurt, afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid 6-35 dagen, het larvale stadium kan zelfs 2-12 maanden in beslag nemen. Het popstadium duurt 5-19 dagen terwijl daarna de kever 7-41 dagen in leven kan blijven. De vrouwtjes zetten eitjes af in vogel -en wespennesten,wollen kleding of kleden of in nesten van andere diersoorten. Een aangename temperatuur voor de tapijtkever is 18 tot 25 0C.
Leefwijze
De tapijtkevers kunnen grote afstanden vliegend afleggen op zoek naar bloemen. Waar ze hun voedsel, nectar en stuifmeel vandaan halen. De larven van de tapijt kever leeft uitsluitend van dierlijke producten. Hierop worden de eitjes dan ook op afgezet.
Schade
De schade wordt enkel veroorzaakt door de larve van de tapijtkever. Dit kan aan wollen producten zijn zoals vloerbedekking, kleding, bouwvilt en opgezette dieren.
Bestrijding
Om de tapijtkevers te bestrijden moeten alle schuilplaatsen waar larven worden aangetroffen behandeld worden met een residueel werkend insecticide. Hierdoor wordt op de bespoten plaatsen een effect verkregen dat nog enkele maanden zijn dodelijke werking op de insecten behoudt. Denk hierbij vooral aan plinten, naden en kieren en onder de randen van de vloerbedekking. Ook is het aan te bevelen om voor de behandeling zeer grondig te stofzuigen, vooral op moeilijk bereikbare plaatsen. Kleding en andere stoffen waar u de tapijtkeverlarve en eitjes in vermoed kunt u wassen op 600C tenminste 30 minuten lang. Of u kunt de kleding in de vrieskist bewaren onder de -100C tenminste 2 weken lang. Dit omdat de eitjes van de tapijtkeverlarve nogal hardnekkig zijn.